U bent aangehouden door de politie. Waar bent u aan toe? Welnu, dit zijn in het kort uw rechten.
De politie mag u na de aanhouding zes uur ophouden voor verhoor, de tijd tussen middernacht en negen uur ‘s ochtends telt daarbij niet mee. Indien u verdacht wordt van een misdrijf dient u er door de politie op te worden gewezen dat u voor het eerste inhoudelijke verhoor een raadsman mag raadplegen. Indien u van dit recht gebruik wenst te maken ontvangt uw advocaat, of de dienstdoende piket advocaat, een melding. Binnen twee uur na de melding zal de advocaat u bezoeken op het politiebureau voor de consultatiebijstand. Indien de politie u na die zes uur nog langer wenst vast te houden dient u in verzekering gesteld te worden, dit is voor maximaal drie dagen. Na de inverzekeringstelling ontvangt uw advocaat opnieuw een melding en komt uw advocaat u opnieuw bezoeken op het politiebureau. Voor beide bezoeken van de advocaat geldt dat daaraan geen kosten voor u verbonden zijn, laat de politie u dus niets ander wijs maken! De inverzekeringstelling kan éénmaal verlengd worden met drie dagen. Echter dient uw zaak uiterlijk binnen drie dagen en 15 uur na de aanhouding door de rechter-commissaris beoordeeld te worden. De rechter-commissaris kijkt of de inverzekeringstelling rechtmatig is geweest en of er gronden aanwezig zijn om de voorlopige hechtenis te verlengen. Indien dit het geval is wordt u in bewaring gesteld voor 14 dagen, u wordt dan van het politiebureau overgeplaatst naar een Huis van Bewaring. Indien de Officier van Justitie uw voorlopige hechtenis ook daarna nog wenst te verlengen dient hij een vordering tot gevangenhouding in. De raadkamer van de rechtbank beslist op die vordering en verlengd de voorlopige hechtenis, als daar gronden voor zijn, met maximaal 90 dagen.
Ik wil graag overstappen naar een andere internetprovider. Toen ik contact opnam met mijn huidige provider kreeg ik te horen dat mijn contract inmiddels stilzwijgend was verlengd, mag dat zomaar?
Er zijn twee soorten contracten: contracten voor onbepaalde en bepaalde tijd. Bij de laatstgenoemde wordt een vaste einddatum overeengekomen. Algemene voorwaarden kunnen aanvullende bepalingen bevatten voor een contract. Wanneer u een contract voor onbepaalde tijd heeft gesloten en u wilt deze tussentijds beeïndigen dan dient u de overeenkomst op te zeggen. Providers dienen in het contract of de algemene voorwaarden te vermelden binnen welke termijn dit dient te gebeuren.
Contracten voor bepaalde tijd eindigen in principe van rechtswege, oftewel automatisch, wanneer de afgesproken periode is verstreken. Deze contracten hoeven niet te worden opgezegd, tenzij de algemene voorwaarden daar wat anders over bepalen. Vaak zal uw provider vlak voor het verstrijken van de termijn contact met u opnemen om te proberen u als klant te houden. Daartoe bent u niet verplicht. Wat hier het geval kan zijn, is dat er een contract voor bepaalde tijd is gesloten waarop algemene voorwaarden van toepassing zijn. U denkt dat dit contract na bijvoorbeeld een jaar automatisch afloopt. Maar in de algemene voorwaarden staat vermeld dat wanneer het contract niet binnen een bepaalde termijn voor de einddatum van het contract wordt opgezegd het contract stilzwijgend voor dezelfde termijn - dus bijvoorbeeld een jaar - wordt verlengd. Tussentijds opzeggen is niet meer mogelijk.
Bedrijven zijn vrij in het opstellen van hun algemene voorwaarden. Vaak zijn dit grote lappen tekst en neemt u niet de moeite het goed door te lezen. Maar door het accepteren van de algemene voorwaarden bindt u zich aan de inhoud daarvan. Het is dus van groot belang om de kleine lettertjes goed te lezen voordat u uw handtekening daarbij plaatst. Zo komt u later niet voor verrassingen te staan.
Mijn buurman veroorzaakt ernstige overlast. Kan ik de verhuurder van mijn woning hierop aanspreken?
Een verhuurder is wettelijk verplicht om een woning ter beschikking te stellen voorzover dat voor het overeengekomen gebruik noodzakelijk is. Hierin ligt ook de plicht tot genotverschaffing: de woning moet aan de huurder het genot verschaffen dat de huurder bij het aangaan van de huurovereenkomst mocht verwachten. Als er geen sprake (meer) is van genotverschaffing en die omstandigheid niet aan de huurder toe te rekenen is, dan is er sprake van een gebrek. Hiervoor kan de verhuurder aansprakelijk worden gesteld. Er zijn echter wettelijke afgrenzingen op grond waarvan een verhuurder voor sommige gebreken niet aansprakelijk kan worden gesteld. Zo ook bij een feitelijke stoornis door een derde. De wet stelt dat dit géén gebrek is, waarvoor een verhuurder aansprakelijk is. Als huurder zul je dan zelf actie moeten ondernemen tegen de overlastveroorzaker. Er is echter een uitzondering: de overlast wordt veroorzaakt door een andere huurder van dezelfde verhuurder. Dus indien jij en je buurman dezelfde verhuurder hebben, kun je de verhuurder wél aansprakelijk stellen. Dat kan vanaf het moment dat van de verhuurder kan worden gevergd om tegen de overlast op te treden. Je kunt er dan aanspraak op maken dat de verhuurder onderzoek instelt en zonodig adequate (rechts)maatregelen neemt. De verhuurder kan desnoods ontbinding of beëindiging van de huurovereenkomst met je buurman op grond van wanprestatie c.q. niet goed huurderschap vorderen.
Ik heb schriftelijk bezwaar gemaakt tegen een parkeerboete (‘naheffingsaanslag parkeerbelasting’), die ik van de gemeente heb ontvangen. Is de gemeente gehouden aan een termijn waarbinnen mijn bezwaarschrift behandeld moet worden?
Ja. De Algemene Wet Bestuursrecht bepaalt dat een bestuursorgaan - hier: de gemeente - binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift daarop een beslissing moet nemen. Mocht een bestuursorgaan een adviescommissie hebben ingesteld (hetgeen in de ontvangstbevestiging vermeld wordt), dan bedraagt de beslistermijn tien weken. De beslissing kan vervolgens door het bestuursorgaan voor maximaal vier weken worden verdaagd. Dat moet wel schriftelijk medegedeeld worden. Verder uitstel is slechts mogelijk voorzover de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen worden geschaad. Overschrijding van de beslistermijn heeft als gevolg dat je bij de rechtbank beroep kunt instellen tegen een niet tijdig genomen besluit. Dit is van belang indien je gebaat bent bij een spoedige beslissing op bezwaar, want het instellen van bezwaar schorst de werking van het besluit waartegen het is gericht niet. Het bestuursorgaan is door het ingestelde beroep niet ontslagen van de verplichting om alsnog op het bezwaarschrift te beslissen. Met het instellen van beroep bij de rechtbank zet je het bestuursorgaan dus onder druk, omdat dan spoedig een beslissing moet worden genomen. Een beroepsprocedure brengt wel een aantal kosten met zich mee, maar als je beroep gegrond wordt verklaard, kan het bestuursorgaan veroordeeld worden in alle proceskosten.
Is een mondelinge overeenkomst rechtsgeldig en afdwingbaar?
Ja. Een overeenkomst kan over het algemeen vrijelijk, zowel mondeling als schriftelijk, worden gesloten. Daarbij gaat één partij jegens een andere partij een verbintenis aan. Niet iedereen kan zomaar een overeenkomst sluiten. Zo kunnen sommige mensen geen overeenkomsten sluiten omdat zij niet handelingsbekwaam zijn. Verder is in bepaalde gevallen toestemming nodig voor het sluiten van een overeenkomst. Dit geldt onder andere voor sommige overeenkomsten die door getrouwde personen worden gesloten met derden.
Een overeenkomst komt in principe tot stand op het moment dat men het met elkaar eens is. Een overeenkomst wordt ook wel een ‘meerzijdige rechtshandeling’ genoemd. ‘Meerzijdig’, omdat er van meerdere kanten een handeling nodig is: de een doet een aanbod, de ander accepteert dit. ‘Rechtshandeling’ houdt in dat de partijen ook duidelijk willen dat er met de overeenkomst gevolgen tot stand komen, die het geldende recht erbij stelt. Zo kan de nakoming van een overeenkomst door de ander (desnoods bij de rechter) worden afgedwongen.
Hoewel een mondelinge overeenkomst in principe gewoon rechtsgeldig en rechtens afdwingbaar is, is het toch verstandig een overeenkomst schriftelijk aan te gaan. Op die manier is er geen onduidelijkheid over de precieze inhoud van de afspraak en kun je de overeenkomst - zonodig bij de rechter - bewijzen. Schriftelijke overeenkomsten kunnen worden vastgelegd in een (door een notaris opgestelde) authentieke akte of in een onderhandse akte: een door partijen ondertekend stuk.
Ik woon sinds kort in een huurwoning. Kan mijn verhuurder de huurprijs zomaar verhogen?
De huur mag eenmaal per jaar verhoogd worden met het maximale huurstijgingspercentage. Dat wordt jaarlijks vastgesteld door de minister van VROM en geldt vanaf 1 juli. Alleen in het eerste jaar dat je de woning huurt, kan de verhuurder tweemaal de huur verhogen, namelijk op het moment dat hij met jou (als nieuwe huurder) de huurprijs afspreekt en daarna bij de jaarlijkse huurverhoging. Daarbij zijn tussentijdse huurverhogingen mogelijk, bijvoorbeeld na een woningverbetering. Maar dan moet de nieuwe huurprijs vooraf wel afgesproken zijn. Een verhuurder kan zelf bepalen wanneer de jaarlijkse huurverhoging ingaat. Meestal zal dat op 1 juli zijn omdat dan de percentages voor de jaarlijkse huurverhoging dan bekend zijn. De verhuurder kan de huur niet zomaar verhogen, maarmoet altijd een schriftelijk huurverhogingsvoorstel doen aan de huurder. Je moet dat voorstel uiterlijk twee maanden voor de voorgestelde verhoging in huis hebben. Dit voorstel moet de volgende onderdelen bevatten: 1. de oude en de nieuwe huurprijs, 2. het percentage van de huurverhoging of het bedrag ervan (maximaal 3,2%), 3. de datum waarop de huurverhoging ingaat en 4. dat de huurder een bezwaarschrift kan indienen bij de verhuurder tot de ingangsdatum van de huurverhoging. Als je bezwaar maakt tegen een huurverhoging en/of je de verhoogde huurprijs niet betaalt, dan kan de verhuurder of jijzelf zich tot de huurcommissie richten voor een uitspraak over de redelijkheid van de huurprijsverhoging.
Deelname voor eigen rekening en risico: wat betekent het eigenlijk?
Een sportorganisatie (zoals een sportvereniging of -school) heeft een vergaande zorgplicht tegenover haar sporters. Elke vorm van gevaar moet beperkt of zoveel mogelijk voorkomen worden. Vooral omdat een sportorganisatie - in principe - professioneel en deskundig is en zeggenschap heeft. Een beginnende en jeugdige sporter zal zich daarentegen minder bewust zijn van de gevaren die aan de sport kleven. Een voorbeeld. De Hoge Raad (de hoogste gerechtelijke instantie in Nederland) heeft beslist dat een skeelerorganisatie onzorgvuldig had gehandeld ten opzichte van een deelneemster aan een beginnerscursus. De deelneemster droeg geen helm en overleed ten gevolge van een val op haar hoofd. De enkele mededeling op het inschrijfformulier dat “deelname voor eigen rekening en risico is”, vond de rechter in dit geval onvoldoende.
Aan een professionele sportorganisatie worden strenge eisen gesteld in verband met haar zorgplicht. Zo moeten voorzienbare en potentiële gevaren zoveel mogelijk voorkomen worden. Ook moeten veiligheidsmaatregelen worden getroffen. Een simpele waarschuwing is vaak niet genoeg. De bovengenoemde skeelerorganisatie had beter kunnen mededelen dat deelname zonder helm uitgesloten is, om het (voorzienbare) gevaar van hoofdletsel te voorkomen. Verder moet het materiaal deugdelijk zijn en moeten trainers voldoende kennis en ervaring hebben. Tenslotte is de sportorganisatie verplicht om, als er zich ondanks alles toch een voorval voordoet, de schade van het slachtoffer zoveel mogelijk te beperken. Het is belangrijk dat je je als sporter of sportorganisatie bewust bent van deze zorgplicht.
Ik ben het niet eens met een besluit dat de gemeente onlangs genomen heeft. Wat kan ik doen?
Je kunt (kosteloos) zelf bezwaar instellen tegen een beslissing van de gemeente indien je belangen rechtstreeks bij die beslissing betrokken zijn. Het moet gaan om een schriftelijke beslissing die gericht is op een rechtsgevolg in de verhouding van jou tot de gemeente. De bezwaarschriftprocedure is er ter bescherming van burgers (een bestuursorgaan moet zich namelijk aan bepaalde beginselen van behoorlijk bestuur houden) en om het orgaan de gelegenheid te geven een fout zelf te herstellen. Voor het maken van bezwaar moet je een bezwaarschrift indienen bij het orgaan dat het besluit heeft genomen (bijvoorbeeld het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente). De termijn hiervoor bedraagt zes weken vanaf de dag nadat het besluit bekend is gemaakt. Om deze termijn veilig te stellen kun je ook eerst tijdig een kort ‘pro forma’ bezwaarschrift indienen, dat je later aanvult met de bezwaargronden. In een bezwaarschrift moet je - naast je persoonsgegevens - minimaal vermelden tegen welk besluit je bezwaar maakt en wat de gronden van je bezwaar zijn. Vervolgens zul je als belanghebbende de gelegenheid moeten krijgen om gehoord te worden. Je kunt op een hoorzitting je bezwaar nader toelichten, verdere informatie verschaffen en er kan eventueel gezocht worden naar een oplossing. Uiteindelijk zal er een beslissing op je bezwaar genomen moeten worden.
Mijn zoon is 24 jaar en werkt als elektromonteur. Moet hij door zijn werkgever worden opgenomen in een
pensioenfonds?
Als oudedagsvoorziening in Nederland is er allereerst de basisvoorziening, de AOW. Ten tweede zijn er de pensioenfondsen. Deelname aan een pensioenfonds is vaak gerelateerd aan een arbeidsverhouding. De premie wordt dan vaak door zowel de werkgever als de werknemer betaald. De pensioenrechten worden in de loop van de dienstbetrekking opgebouwd en zijn afhankelijk van het salaris en aantal dienstjaren. Een derde oudedagsvoorziening tenslotte zijn de pensioenvoorzieningen op vrijwillige basis. Deze zijn vaak ondergebracht bij een verzekeringsmaatschappij en zijn er voor personen die niet in dienstbetrekking werkzaam zijn of voor wie onvoldoende pensioenrechten zijn opgebouwd.
Een werkgever is niet wettelijk verplicht om een pensioenregeling aan zijn werknemers aan te bieden. Maar er zijn wel bedrijfstakken waarvoor een verplichte pensioenregeling geldt. Dan heeft een werkgever dus wél een verplichting. Dit staat bijvoorbeeld in de CAO. Er is geen wettelijke minimumleeftijd waarop met pensioenopbouw begonnen kan worden, maar veel regelingen hanteren een minimumleeftijd van 21 of 25 jaar.
Of de werkgever van uw zoon verplicht is om hem op te nemen hangt dus af van het feit of er voor de branche waarin hij werkzaam is een verplichte pensioenregeling geldt. Is dat niet het geval dan is de werkgever niet verplicht om uw zoon een pensioenregeling aan te bieden. Uw zoon kan echter ook zelf een pensioenvoorziening treffen.