Op deze subpagina publiceren wij artikelen waarvan we vermoeden dat de bezoeker aan deze site de tekst ervan zal interesseren, dan wel dat de tekst zal bijdragen aan een goed begrip van soms moeilijke onderwerpen. Ook staan hier artikelen die eerder verschenen in het Witte Weekblad dat in Alphen aan den Rijn en omgeving wordt verspreid.
Huurwoning met korting, maar niet heus ... of toch!
Kopers van een huurwoning: let op!
Heeft u onlangs een huurwoning gekocht van Stichting wonenCentraal? Was u destijds al huurder bij wonenCentraal? Dan is het volgende misschien ook wel voor u van belang.
Huurders van wonenCentraal besloten over te gaan tot de aanschaf van een koopwoning. Hun oog viel daarbij op een voormalige huurwoning van wonenCentraal. Na bezichtiging namen zij contact op met de desbetreffende makelaar om te vragen of de koopprijs onderhandelbaar was. De makelaar gaf aan dat dit niet het geval was. Toch besloten huurders over te gaan tot koop van de woning.
Dwaling
Niet lang na ontvangst van de sleutels, het zullen slechts enkele weken zijn geweest, ontdekten kopers echter dat wonenCentraal inmiddels een actie had lopen. Op grond van deze actie zouden kopers in aanmerking komen voor een korting van 40% op de koopprijs, ofwel in het geval van deze huurders de lieve som van € 59.000,00. Voor kopers meer dan een jaarinkomen! Eerder was hen noch door wonenCentraal noch door de makelaar iets over deze aktie meegedeeld. Indien zij van deze actie hadden geweten, hadden zij uiteraard met de aanschaf van de woning gewacht.
Meevallertje van € 59.000,00
Kopers startten een procedure. Vast kwam te staan dat zowel wonenCentraal als de makelaar ten tijde van de koop bekend waren met de actie. De makelaar had kopers tijdens het telefoongesprek op de op handen zijnde aktie moeten wijzen. Nu hij dit had nagelaten, oordeelde de rechtbank dat de koop niet onder dezelfde condities zou zijn gesloten als kopers kennis hadden gedragen van de aktie. Indien kopers zich akkoord verklaren met de aktievoorwaarden, krijgen zij de korting van 40% alsnog retour van wonenCentraal.
Zwanger? Trouwen vs. niet trouwen
Ongehuwde, samenwonende, zwangere vrouwen verkeren nogal eens in de veronderstelling te moeten trouwen omdat dat makkelijker zou zijn wanneer men kinderen krijgt. Maar is dat wel zo?
Wanneer een stel getrouwd is, wordt de man automatisch vader van het kind als zijn vrouw bevalt, zelfs als hij het kind niet verwekt heeft. De man hoeft zijn kind dus niet te erkennen. Daarnaast hebben de echtgenoten automatisch gezamenlijk gezag over het kind.
Wanneer men niet getrouwd is, wordt de man niet automatisch de vader en heeft hij ook geen gezamenlijk gezag wanneer de vrouw bevalt. Als de man officieel de vader wil worden en het kind wil erkennen, kan hij de vader worden door een akte bij de afdeling Burgerzaken van zijn gemeente samen met de moeder in te vullen. Er kan dan gelijk een keuze gemaakt worden ten aanzien van de achternaam van het kind. Deze akte is gratis. Het is handig om dit al vóór de geboorte te doen omdat dan de familierechtelijke betrekkingen tussen vader en zijn kind vanaf de geboorte bestaan.
Erkenning betekent echter nog niet dat de vader ook gezag heeft over zijn kind. Ook het gezag zal hij moeten aanvragen. De aanvraag tot gezag is pas mogelijk na de geboorte van het kind. Het verzoek dient samen met de vrouw gedaan te worden en ingediend te worden bij de rechtbank in het arrondissement waarbinnen het kind is geboren. De procedure is gratis.
Met deze twee relatief eenvoudige en goedkope handelingen verkrijgt u als ongehuwde vader dezelfde positie die u zou hebben als wanneer u gehuwd zou zijn ten tijde van de geboorte. Het enige verschil is dat bij het overlijden van de ongehuwde vader het kind alles erft in plaats van de moeder. Indien u als ongehuwde vader een andere regeling wenst, dient u dat in uw testament vast te leggen.
Onlangs werden we geconfronteerd met de belangwekkende vraag waarom iemand nu naar een advocaat zou stappen met zijn of haar probleem en waarom niet naar zomaar een jurist. Welnu, die vraag wordt in het hierna volgende artikel waarin het verschil tussen de advocaat en de jurist wordt uitgelegd beantwoord.
‘Een advocaat is jurist, maar een jurist geen advocaat...’
Wanneer men dit ‘raadsel’ voorlegt aan professionals binnen de ‘rechtenwereld’ zal er een overduidelijk antwoord komen. Voor burgers kan dit raadsel verwarrend zijn, waardoor zij geen duidelijk onderscheid kunnen maken. Deze verwarring kan zijn ontstaan door het bestaan van verschillende juridische dienstverleners, waaronder rechtsbijstandverzekeraars en andere juridisch adviesbureaus, naast de ‘traditionele’ advocatenkantoren. Reden te meer om het ‘raadsel’ op te lossen.
Jurist
Een jurist is iemand die de opleiding HBO-Rechten (hbo-jurist, titel ba) of de academische studie Rechtsgeleerdheid (wo-jurist, titel mr.) met goed gevolg heeft afgerond. Hier wordt een eerste onderscheid duidelijk. De hbo-jurist is beroepspraktijkgericht opgeleid en zal voornamelijk actief zijn in ondersteunende juridische functies waar vakbekwaamheid, commercieel inzicht en klantvriendelijkheid belangrijk zijn. Het uitoefenen van een klassiek togaberoep is voor de hbo-jurist in beginsel niet mogelijk. De wo-jurist is academisch opgeleid en kan starten in de klassieke togaberoepen zoals de advocatuur, het notariaat of de rechterlijke macht. Ook kunnen juristen aan de slag bij instellingen zoals de overheid, grote verzekeraars en het bedrijfsleven (inhouse-lawyers). De titel ‘jurist’ mag door iedereen met een juridische achtergrond worden gevoerd. Juristen zijn niet onderworpen aan strenge regels betreffende beroepsuitoefening.
Advocaat
Het beroep van advocaat wordt uitgewerkt in de Advocatenwet. De jurist die advocaat wil worden, zal opnieuw moeten studeren. Hij dient allereerst beëdigd te worden en hij moet worden ingeschreven op het tableau (register). Deze inschrijving is in beginsel voorwaardelijk tot hij de Beroepsopleiding met goed gevolg heeft afgelegd. Indien de stagiaire niet binnen drie jaar het certificaat van de Beroepsopleiding heeft gehaald, wordt hij van het tableau geschrapt. Tijdens de stageperiode van tenminste drie jaar, te rekenen vanaf de dag van beëdiging, oefent de advocaat zijn werkzaamheden uit onder begeleiding van een ervaren advocaat, een patroon. Ook moet de advocaat in deze periode cursussen volgen en lezingen bijwonen. Wanneer na de stageperiode aan alle opleidingsvereisten is voldaan en de patroon de stagiaire bekwaam genoeg acht, krijgt de advocaat- stagiaire de stageverklaring uitgereikt. De advocaat is nu gen stagiaire meer.
Naast de Advocatenwet stelt de Nederlandse Orde van Advocaten (waar iedere advocaat van rechtswege is aangesloten) nadere eisen aan de beroepsuitoefening. Deze nadere eisen zijn opgenomen in reglementen en verordeningen. Zo moet de administratie aan bepaalde voorwaarden voldoen, moet er een beroepsaansprakelijkheidsverzekering worden afgesloten, zijn er gedrags- en tuchtregels van toepassing en bestaat er een klachten- en geschillenregeling Advocatuur. Tevens dient de advocaat jaarlijks opleidingen te volgen om het kennisniveau en de vaardigheden op peil te houden (permanente opleiding). Wanneer de advocaat het beroep niet volgens de normen van de Nederlandse Orde van Advocaten uitoefent kan hij, in het ergste geval, van het tableau worden geschrapt. Vanaf dit moment mag hij zich geen ‘advocaat’ meer noemen.
Het is van groot belang dat advocatenkantoren goede diensten verlenen. Hiertoe worden de advocaten en advocatenkantoren die gefinancierde rechtsbijstand verlenen beoordeeld naar een kwaliteits-standaard. Deze kwaliteitsstandaard heeft betrekking op de kwaliteit van de werkprocessen op een advocatenkantoor, gedragsregels, richtlijnen en minimumnormen van de Nederlandse Orde van Advocaten. Wanneer aan alle kwaliteitsvereisten is voldaan wordt een auditverklaring afgegeven voor drie jaar. Wanneer het kantoor en/of de advocaat verbeteringen in de praktijkvoering moet aanbrengen, wordt een verklaring van zes maanden afgegeven. Bij een verklaring voor zes maanden vindt aan het eind van dat half jaar een heraudit plaats. De verklaring kan dan worden verlengd tot 3 jaar. De auditverklaring is nodig om zich in te schrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand.
Zoals voorheen is beschreven, is het beroep van advocaat aan vele regelingen onderworpen. Het beroep van ‘advocaat’, in tegenstelling tot ‘jurist’, is beschermd. Deze bescherming is essentieel. In sommige procedures, zoals voor de kantonrechter of de strafrechter, kan men zichzelf vertegenwoordigen zonder tussenkomst van een advocaat. Maar dit is niet altijd het geval. In andere procedures, zoals civiele procedures bij de rechtbank niet zijnde de sector kanton en procedures voor het gerechtshof of de Hoge Raad, geldt een verplichte procesvertegenwoordiging (procesmonopolie). Uitsluitend de advocaat mag een eis instellen, verweer voeren of andere proceshandelingen voeren. Tevens geldt voor de advocaat (niet voor de jurist!) een wettelijk beroepsgeheim en kan hij zich in een procedure beroepen op zijn verschoningsrecht. De advocaat kan niet worden gedwongen om als getuige dingen te verklaren die hem in zijn functie zijn toevertrouwd.
Aldus kan men concluderen dat aan het advocatenbestaan bijzondere voorwaarden en privileges zijn verbonden, die voor de jurist niet van toepassing zijn.
Het Witte Weekblad verschijnt tweemaal per week in Alphen en den Rijn en omstreken. In het blad verschijnt op geregelde tijden de zogenaamde Juridische Rubriek. Deze wordt door ons verzorgd. Onlangs verscheen onderstaand artikel, geschreven door mr. D.S. Verkerk.
Mobiele ringtones
Download nu drie gratis ringtones!’ Deze kreet is veelvuldig op televisie, radio en internet te horen. Met name de jonge bellers in de leeftijdscategorie 14-17 jaar reageren op dergelijke ‘aantrekkelijke’ aanbiedingen. Achteraf blijkt er toch een addertje onder het gras te zitten: het blijkt een ringtone-abonnement en men krijgt wekelijks ringtones waarvoor duur betaald moet worden. Mag dit zomaar?
Op sms- aanbieders en aanbieders van mobiele telefonie is de Gedragscode Operators en Service providers voor SMS-diensten van toepassing. Zo moet de mobiele telefoonaanbieder aangeven van wie de sms-dienst (ringtone) is ontvangen, hoe vaak dit zal gebeuren en welk tarief hiervoor geldt. De kantonrechter in Arnhem heeft op 26 maart 2003 bepaald dat, wanneer de consument een klacht indient bij de provider, deze de klacht dient af te handelen volgens de gedragscode. Indien de provider dit nalaat, kunnen de kosten van de sms-diensten niet in rekening worden gebracht bij de consument.
Het abonnement kan de consument zelf stopzetten. Stuur dan ‘[naam van de dienst] STOP’ naar de shortcode (cijfercode) van de dienst. Daarna zal er een bevestiging van de opzegging per sms worden verstuurd. Op de internetsite van de SMS-Gedragscode vindt men meer informatie over de sms-aanbieders en de shortcodes van de diensten. Wanneer men zeker weet dat men nooit een sms-dienst zou willen ontvangen, kan men gebruikmaken van het filter op www.smsdienstenfilter.nl. Het mobiele telefoonnummer kan daar worden ingevoerd en sms-diensten worden binnen drie werkdagen geblokkeerd.
Seksuele intimidatie op het werk
Seksuele intimidatie op het werk kent verschillende verschijningsvormen. Het kan zich uitten in het stellen van intieme vragen over het privé-leven, het maken van seksueel getinte opmerkingen, betasting van het lichaam en zelfs verkrachting.
De werkgever is, in het kader van zijn zorgplicht jegens de werknemer, verplicht om de wettelijke voorschriften na te leven. Zo dient de werkgever op grond van de Arbeidsomstandighedenwet een beleid te voeren waarin maatregelen tegen seksuele intimidatie zijn opgenomen. Het beleid dient seksuele intimidatie te voorkomen of te beperken en moet in ieder geval bestaan uit het geven van voorlichting, aanwijzing van een vertrouwenspersoon en een interne klachtenregeling. Wanneer een dergelijk beleid niet wordt gevoerd , kan de werkgever aansprakelijk zijn jegens zijn werknemer. Dit wordt niet in alle gevallen aangenomen. Wanneer het voor werknemers duidelijk en kenbaar is tot wie zij zich kunnen wenden met klachten is de werkgever niet aansprakelijk, ondanks het ontbreken van een preventief beleid.
Wanneer een werknemer wordt geconfronteerd met seksuele intimidatie is het belangrijk dat men aangeeft dat dit gedrag niet wordt geaccepteerd. Tevens is het belangrijk dat de werknemer praat met zijn of haar direct leidinggevende, de vertrouwenspersoon of bedrijfsarts. Wellicht kan men tot een onderlinge oplossing komen. Indien praten niet (meer) helpt, kan men (vaak bij grote werkgevers) gebruik maken van een interne klachtenregeling. Dit kan leiden tot disciplinaire maatregelen richting de dader. Indien de werkgever helemaal geen arbeidsomstandighedenbeleid voert kan men een klacht indienen bij de Arbeidsinspectie.
Eerder verscheen onderstaand artikel over DNA.
In de familierechtpraktijk komt het wel eens voor dat er betwist wordt dat de man de biologische vader is van het kind in kwestie. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de man geen kinderalimentatie wenst te betalen of de vrouw niet wil dat er een omgangsregeling vast wordt gelegd voor de man. De uitgelezen mogelijkheid die de moderne technologie heeft geschapen om de situatie op te helderen, is de DNA-test. Ook de Rechtbank maakt gebruik van deze mogelijkheid.
De wetgever heeft voor de vaststelling van het vaderschap een procedure in het leven geroepen. Het is alleen mogelijk voor het kind en de moeder om de Rechtbank het vaderschap te laten vaststellen. Deze actie komt niet toe aan de man. Zou dit wel zo zijn, dan zou bijvoorbeeld een verkrachter het vaderschap kunnen laten vaststellen. De Rechtbank kan een DNA-onderzoek gelasten bij de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. De Rechtbank kan de man dan verplichten zijn DNA af te staan eventueel op straffe van een dwangsom of lijfsdwang. Nu alleen de vrouw en het kind een vaststellingsprocedure kunnen starten, kan de man niet de vrouw of het kind dwingen aan een onderzoek mee te werken. Hiertoe biedt de wetgeving geen mogelijkheid. De rechter kan uit de enkele weigering mee te werken aan een DNA-onderzoek wel een gevolgtrekking maken. De Rechtbank heeft maar een beperkt aantal laboratoria aangemerkt als deskundig. Aangenomen zou kunnen worden dat een DNA-onderzoek dat niet door één van deze laboratoria is uitgevoerd niet door de Rechtbank wordt toegelaten. Niets is echter minder waar. Ook DNA-testen uitgevoerd door andere laboratoria kunnen er voor zorgen dat de rechter het aannemelijk acht dat de man de biologische vader is.
Over DNA in het strafrecht hebben advocaten van ons kantoor recent een aantal procedures gevoerd. Daarover zullen we later berichten.